Tips voor het bakken van kipfilet

In 6 stappen een malse en sappige kipfilet op tafel

Ken jij de slogan nog? Kip, het meest veelzijdige stukje vlees! Dankzij de fijne smaak is kipfilet inderdaad in veel gerechten te gebruiken. Bovendien is het magere stukje vlees rijk aan eiwitten, wat goed past in een gezond voedingspatroon. De bereiding van kipfilet kan echter een uitdaging zijn. Om bacteriën te doden is het namelijk belangrijk het vlees door en door te verwarmen. Maar als je het te lang bakt, wordt het vlees droog en taai. Zonde! Om dit te voorkomen, hebben we de beste tips op een rijtje gezet voor het bakken van malse kipfilet.

1. Marineer het vlees

Kipfilet marineren geeft niet alleen extra smaak aan het vlees, maar zorgt er ook voor dat het heerlijk mals wordt! Voeg bij het maken van de marinade een zuur ingrediënt toe, zoals bijvoorbeeld citroen, azijn, yoghurt of ananas. De zuren helpen de eiwitten in het vlees te breken, waardoor het vlees van structuur verandert en malser en sappiger wordt. Laat de marinade een paar uur in de koelkast in het vlees trekken, zodat het goed zijn werk kan doen. 

2. Voorbereiding

Haal de kipfilet een half uur voordat je hem gaat bereiden uit de koelkast om het op temperatuur te laten komen. Hierdoor blijft het lekker mals bij de bereiding. Als de kipfilet wat vochtig is, dep het dan voor het bakken droog met wat keukenrol. Dit voorkomt spetteren in de pan. Kruid het vlees eventueel met wat peper en zout.

3. Gebruik niet te veel boter of olie

Bij het bakken van kipfilet is het belangrijk dat er niet te veel boter of olie gebruikt wordt in de pan. Een klein scheutje is voldoende. Wanneer een te grote hoeveelheid aan bakproducten wordt toegevoegd, bakt het vlees te hard en wordt het al gauw te donker. Zorg ervoor dat de boter of olie in de pan goed heet is en bruin kleurt, voordat je de kip toevoegt.

4. Kipfilet bakken

Zet het vuur hoog en leg het dikste deel van de kipfilet in het midden van de (grill)pan. Dit gedeelte van de pan bevat de meeste hitte. Geef het vlees in de pan even de tijd om dicht te schroeien, zodat het een mooi goudbruin kleurtje krijgt. Draai het na ongeveer één minuut om en bak nogmaals één minuut op hoog vuur. Zet het vuur lager en draai de kipfilet weer om. Dek de pan af met een deksel en laat het vlees op laag vuur ongeveer 15 minuten rustig doorgaren. De duur van de garing is echter wel afhankelijk van de grootte van de kipfilet.

5. Houd het vlees in beweging

Draai tijdens het bakken het vlees regelmatig om. Gebruik voor het draaien een tang om het vlees vast te kunnen pakken. Hiermee prik je niet in het vlees waardoor je alle sappen in het vlees behoudt en het vlees lekker sappig en mals blijft. Mocht je toch een vork willen gebruiken, prik dan niet in het vlees. Hierdoor verliest het vlees vocht en kan de kipfilet droog worden. Maak tussentijds de tang of vork schoon om kruisbesmetting te voorkomen.

6. Controleer of de kip gaar is

Kip moet door en door gaar zijn, neem dus geen risico en controleer of het gaar is. Het vlees moet ondoorschijnend wit van kleur zijn. Je kunt het ook controleren door gebruik te maken van een kerntemperatuurmeter. Het vlees is gaar wanneer het dikste gedeelte van de filet een kerntemperatuur heeft bereikt van 75°C.